Vergelijk eerst Z en daarna A
Twee atomen zijn isotopen als hun protonenaantal gelijk is en hun neutronenaantal verschilt. Verschillende protonenaantallen betekenen verschillende elementen, ook wanneer de massagetallen toevallig gelijk zijn.
| Isotoop | Protonen | Neutronen | Massagetal |
|---|---|---|---|
| Koolstof-12 | 6 | 6 | 12 |
| Koolstof-13 | 6 | 7 | 13 |
| Koolstof-14 | 6 | 8 | 14 |
Gemiddelde atoommassa is een gewogen gemiddelde
Een natuurlijke hoeveelheid van een element kan een mengsel van isotopen bevatten. Een veelvoorkomend isotoop weegt sterker mee in de gemiddelde atoommassa dan een zeldzaam isotoop.
Niet alle isotopen zijn radioactief. Koolstof-12 en koolstof-13 zijn stabiel; koolstof-14 is radioactief. “Isotoop” betekent dus niet automatisch “radioactief”.
Een eenvoudig rekenmodel voor het gemiddelde
In echte berekeningen gebruik je isotopenmassa’s. In dit vereenvoudigde voorbeeld nemen we afgeronde massa’s om de werkwijze te oefenen.
Werk het stap voor stap uit
Een denkbeeldig mengsel bevat 75% deeltjes van 10 u en 25% van 11 u. Wat is de gemiddelde massa?
- Zet percentages om: 0,75 en 0,25.
- Bereken de bijdragen: 0,75 × 10 = 7,50 en 0,25 × 11 = 2,75.
- Tel op: 7,50 + 2,75 = 10,25.
De gemiddelde massa is 10,25 u. Geen afzonderlijk deeltje hoeft die massa te hebben.
Test jezelf
Vraag 1 van 3