Drie regels voor deeltjes tellen
p = Z · n = A − Z · e = Z − q
p staat hier voor protonen, n voor neutronen en e voor elektronen. q is de lading in eenheden van de elementaire lading, bijvoorbeeld +2 of −1. Bij q = −1 wordt e dus Z + 1. Let op: n betekent in chemisch rekenen juist hoeveelheid stof in mol.
Tel protonen, neutronen en elektronen
Gebruik het gegeven massagetal van dit specifieke isotoop. Je hoeft geen gemiddelde atoommassa af te ronden.
Atoomnummer Z: 11Massagetal A: 23Lading: 0 (neutraal)
0 van 6 verschillende deeltjes opgelost in deze sessie.