Stap voor stap
- Tel het aantal protonen: die leveren positieve lading.
- Tel het aantal elektronen: die leveren negatieve lading.
- Vergelijk beide aantallen om neutraal, positief of negatief te bepalen.
Atomen bestaan uit drie soorten deeltjes: protonen, neutronen en elektronen. Of een atoom een lading heeft, hangt af van de verhouding tussen de positieve protonen en de negatieve elektronen.
Een atoom is neutraal als het evenveel protonen als elektronen heeft. De positieve ladingen van de protonen heffen de negatieve ladingen van de elektronen op. Het atoom heeft dan samen geen lading.

Soms kan een atoom elektronen opnemen of verliezen. Dan verandert de balans tussen protonen en elektronen, en krijgt het atoom een lading. Een atoom met lading noemen we een ion.
Het atoom krijgt meer negatieve ladingen dan positieve. Het wordt dan een negatief ion, ook wel een anion.
Het atoom houdt meer positieve ladingen over dan negatieve. Het wordt dan een positief ion, ook wel een kation.
De lading van een atoom bepaalt hoe het zich gedraagt met andere atomen. Ionen zijn heel belangrijk, bijvoorbeeld bij het vormen van verbindingen en bij het geleiden van elektriciteit.
Samengevat: de meeste atomen zijn neutraal, maar ze kunnen een ion worden als ze elektronen opnemen of verliezen. Ionen spelen een grote rol in de chemie en in de wereld om ons heen.
Extra uitleg
De lading van een atoom hangt af van de balans tussen positieve protonen en negatieve elektronen. Neutronen veranderen de lading niet.
Een deeltje met 12 protonen en 10 elektronen heeft twee positieve ladingen meer dan negatieve en is dus 2+ geladen.