Atoom, kation en anion
Bij gewone ionvorming verandert het aantal protonen niet. Het element blijft dus hetzelfde. De lading verandert doordat de positieve en negatieve bijdragen niet meer precies tegen elkaar wegvallen.
| Deeltje | Protonen en elektronen | Lading |
|---|---|---|
| Neutraal atoom | Evenveel protonen als elektronen | 0 |
| Kation | Minder elektronen dan protonen | Positief |
| Anion | Meer elektronen dan protonen | Negatief |
Een positief ion: natrium staat een elektron af
Na → Na⁺ + e⁻
Een neutraal natriumatoom heeft 11 protonen en 11 elektronen. Na het afstaan van één elektron heeft het 11 protonen en 10 elektronen. De lading is 11 − 10 = +1: Na⁺.
Een negatief ion: chloor neemt een elektron op
Cl + e⁻ → Cl⁻
Een neutraal chlooratoom heeft 17 protonen en 17 elektronen. Met één extra elektron zijn er 18 elektronen. De lading is 17 − 18 = −1. Dit ion heet het chloride-ion: Cl⁻.
Het minteken betekent niet dat er minder elektronen zijn. Elektronen zijn zelf negatief: extra elektronen maken de lading negatiever.
Niet ieder ion bestaat uit één atoom
Na⁺ en Cl⁻ zijn enkelvoudige ionen. Een samengesteld ion bevat meerdere gebonden atomen met samen een nettolading, bijvoorbeeld OH⁻ of SO₄²⁻. De lading rechtsboven hoort bij het hele ion. De 4 rechtsonder in SO₄²⁻ geeft het aantal zuurstofatomen aan.
Test jezelf
Vraag 1 van 3