Stap voor stap
- Bepaal eerst hoeveel protonen het deeltje heeft.
- Kijk of er elektronen zijn afgestaan of opgenomen.
- Noem een kation bij positieve lading en een anion bij negatieve lading.
Meestal zijn atomen neutraal. Maar soms nemen ze elektronen op of geven ze elektronen af. Dan worden het ionen. Een ion is dus een atoom met een lading: positief of negatief.
Ionen ontstaan als atomen elektronen opnemen of verliezen:

Voorbeelden:
Ionen kom je overal tegen. Enkele voorbeelden:
Zo kun je het makkelijk onthouden:
Samengevat: ionen zijn atomen met een lading. Ze ontstaan doordat elektronen worden opgenomen of afgestaan. Zonder ionen zouden veel processen in de natuur en technologie niet werken.
Extra uitleg
Een ion ontstaat wanneer een atoom of atoomgroep elektronen verliest of opneemt. De kern blijft daarbij hetzelfde, maar de totale lading verandert.
Chloor kan een elektron opnemen en wordt dan Cl-. Het heeft dan meer elektronen dan protonen en is negatief geladen.