← Overzicht VWOStap 3 van 3
Concentratie en verdunnen
Syllabus VWO: Grootheden en relaties
Vraag 1 / 50 goed
10 mL oplossing aanvullen tot 100 mL betekent…
Meer uitleg en een uitgewerkt voorbeeld
De opgeloste stof blijft
Bij verdunnen voeg je oplosmiddel toe. Als er geen stof verloren gaat of reageert, blijft de hoeveelheid opgeloste stof gelijk. Een groter volume geeft een lagere concentratie.
Vul aan tot het eindvolume
25,0 mL aanvullen tot 250,0 mL is tien keer verdunnen. Dit betekent niet 250,0 mL water toevoegen. Gebruik voor beide volumes dezelfde eenheid.
25,0 mL van 0,200 mol/L wordt aangevuld tot 250,0 mL.
- n = 0,200 × 0,0250 = 0,00500 mol.
- c₂ = 0,00500 / 0,2500.
VERKEN HET MODELn₁ = n₂
Wat gebeurt er als je verder verdunt?
Begin: 25 mL van 0,200 mol/L. Verander alleen het eindvolume.
Concentratie0,02 mol/LHoeveelheid opgeloste stof0,005 mol
De 12 stippen zijn modelsymbolen, geen letterlijk aantal moleculen. Hun aantal blijft gelijk; de tabelwaarden bepalen de berekening.
Bronnen bij dit onderwerp
- Scheikunde VWO 2026, versie 2 (juli 2024) · Grootheden en relaties · p. 23–25 · R&A1–2