Coëfficiënt of subscript?
| Notatie | Betekenis |
|---|---|
| H₂O | Eén watermolecuul: twee H-atomen en één O-atoom. |
| 2 H₂O | Twee watermoleculen: vier H-atomen en twee O-atomen. |
| H₂O₂ | Een andere stof: waterstofperoxide. |
Een subscript veranderen maakt een andere stof. Bij kloppend maken verander je alleen het getal vóór de formule.
Voorbeeld: water vormen
Een coëfficiënt 1 schrijf je normaal niet. In de trainer vul je wel een 1 in, zodat elk vakje een waarde heeft.
Werk het stap voor stap uit
Maak H₂ + O₂ → H₂O kloppend.
- Tel O: links staan er twee, rechts één. Zet daarom 2 vóór H₂O.
- Rechts staan nu vier H-atomen. Zet 2 vóór H₂.
- Controleer opnieuw: H is 4 : 4 en O is 2 : 2.
2 H₂ + O₂ → 2 H₂O
Zo pak je een nieuwe vergelijking aan
Bij volledige verbranding van een koolwaterstof maak je doorgaans eerst C gelijk, dan H en als laatste O. De producten CO₂ en H₂O moeten bij de opgave passen; kloppend maken bepaalt niet welke stoffen ontstaan.
- Schrijf de gegeven formules links en rechts van de pijl.
- Tel elk element aan beide kanten.
- Pas coëfficiënten aan en tel opnieuw.
- Controleer alle elementen en gebruik de kleinste gehele verhouding.
Van vergelijking naar molverhouding
2 H₂ + O₂ → 2 H₂O · verhouding 2 : 1 : 2
De coëfficiënten geven ook molverhoudingen. Met voldoende waterstof kan 0,50 mol O₂ volgens deze vergelijking 1,0 mol H₂O vormen. De verhouding is niet automatisch een massaverhouding.
Test jezelf
Vraag 1 van 3