Dichtheid, massa en volume omrekenen
ρ = m/V · m = ρ × V · V = m/ρ
Gebruik eenheden die bij elkaar passen. Met massa in g en volume in cm³ krijg je dichtheid in g/cm³. Eén mL is hetzelfde volume als één cm³; 1 L is 1000 mL.
Meer massa betekent niet automatisch meer dichtheid. Een groot en klein stuk van hetzelfde homogene materiaal hebben bij dezelfde omstandigheden ongeveer dezelfde dichtheid.
Een blokje met bekende massa en volume
Bereken eerst de verhouding, zet daarna de juiste eenheid achter het antwoord. Controleer of je niet volume door massa hebt gedeeld.
Werk het stap voor stap uit
Een blokje heeft massa 81 g en volume 30 cm³. Wat is de dichtheid?
- Gegeven: m = 81 g; V = 30 cm³.
- Gebruik ρ = m/V = 81/30.
- De eenheid is g/cm³.
ρ = 2,7 g/cm³.
Waarom kun je lucht veel makkelijker samendrukken?
Bij een gas zit de meeste ruimte tussen de deeltjes. Onder druk kunnen die dichter bij elkaar komen. In vloeistoffen en vaste stoffen zitten de deeltjes al dicht opeen; die zijn niet perfect onsamendrukbaar, maar hun volume verandert veel minder.
Drijven hangt af van de gemiddelde dichtheid van het hele voorwerp tegenover de omringende vloeistof. Een hol metalen voorwerp kan daarom drijven terwijl een massief stukje van hetzelfde metaal zinkt.
Test jezelf
Vraag 1 van 3