Stap voor stap
- Benoem eerst de toestand: vast, vloeibaar of gas.
- Beschrijf de afstand en beweging van de deeltjes.
- Koppel dat aan de toepassing, zoals bewaren, vervoeren, koelen of scheiden.
Vaste stoffen, vloeistoffen, gassen en plasma hebben talloze toepassingen in ons dagelijks leven. Ingenieurs, wetenschappers en ook jij gebruiken eigenschappen van stoffen om dingen mogelijk te maken: van gebouwen en medicijnen tot energie en elektronica.

Extra uitleg
Bij toepassingen van aggregatietoestanden gaat het niet alleen om voorbeelden noemen. Je moet kunnen uitleggen wat de deeltjes doen en waarom dat handig is.
Aardgas wordt soms samengeperst of vloeibaar gemaakt voor vervoer. Dat werkt omdat gassen veel lege ruimte tussen de deeltjes hebben.