← Toestanden van materie

Uitleg, voorbeelden en zelf oefenen

Faseovergangen: smelten, stollen, verdampen en condenseren

Een faseovergang is een verandering van aggregatietoestand zonder dat een nieuwe stof ontstaat. Water dat smelt blijft H₂O. De naam van de overgang hangt af van de begintoestand en eindtoestand.

De zes faseovergangen in één overzicht

Lees altijd van begin naar eind. Woorden als “warm” of “koud” zijn aanwijzingen, maar de toestanden bepalen de naam.

VanNaarNaamEnergie voor het systeem
VastVloeibaarSmeltenOpnemen
VloeibaarVastStollenAfgeven
VloeibaarGasVerdampenOpnemen
GasVloeibaarCondenserenAfgeven
VastGasSublimerenOpnemen
GasVastRijpen / desublimerenAfgeven

Verdampen kan ook onder het kookpunt

Bij verdamping ontsnappen deeltjes aan het vloeistofoppervlak. Dat gebeurt ook wanneer een natte handdoek droogt op kamertemperatuur. Bij koken ontstaan dampbellen in de vloeistof wanneer de dampdruk past bij de omgevingsdruk.

Witte nevel boven een pan bestaat uit kleine vloeibare druppels. Waterdamp zelf is onzichtbaar. Die druppels zijn ontstaan doordat waterdamp condenseert.

Een constante temperatuur tijdens smelten

Bij een zuivere stof op constante druk kan tijdens een faseovergang energie worden toegevoerd terwijl de temperatuur gelijk blijft. De energie verandert dan de verdeling en onderlinge samenhang van de deeltjes.

Werk het stap voor stap uit

Een ijsblokje wordt vloeibaar terwijl de temperatuur rond 0 °C blijft. Verdwijnt de toegevoerde energie?

  1. De overgang is vast → vloeibaar: smelten.
  2. De energie wordt gebruikt voor de faseovergang.
  3. Een constante temperatuur betekent niet dat er geen energieoverdracht is.

De energie wordt opgenomen tijdens het smelten.

Test jezelf

Vraag 1 van 3

Waterdamp vormt druppels op een koud raam. Dit is…