Van waarneming naar overgang
Bij elke situatie volg je dezelfde stof. Als een raam beslaat, volg je het water in de lucht, niet het glas van het raam.
| Situatie | Begin → eind | Overgang |
|---|---|---|
| IJs wordt water | Vast → vloeibaar | Smelten |
| Water wordt ijs | Vloeibaar → vast | Stollen |
| Een plas droogt op | Vloeibaar → gas | Verdampen |
| Druppels op een spiegel | Gas → vloeibaar | Condenseren |
Waarom wordt een koud glas aan de buitenkant nat?
Waterdamp uit de omringende lucht kan op het koude oppervlak condenseren. Het water hoeft dus niet door het glas heen te zijn gegaan. Het materiaal aan de buitenkant is vloeibaar water.
Mist werkt vergelijkbaar: kleine druppels zweven in de lucht. Een zichtbaar wit wolkje is daarom geen verzameling losse gasmoleculen.
Gebruik een vast stappenplan
Bij een naamvraag hoef je meestal geen formule te gebruiken. De richting van de toestandverandering is genoeg.
Werk het stap voor stap uit
Op een koude fles verschijnen druppels. Noem de faseovergang.
- Volg het water, niet de fles.
- Vooraf zit het als waterdamp in de lucht.
- Daarna zie je vloeibare druppels.
Gas → vloeibaar: condenseren.
Test jezelf
Vraag 1 van 3