Wat betekent elk deel van de vergelijking?
Een plus tussen formules scheidt stoffen. Een coëfficiënt staat vóór een formule en vermenigvuldigt het hele deeltje. Een index staat in de formule en hoort bij de samenstelling van de stof.
| Notatie | Betekenis |
|---|---|
| 2 H₂O | Twee watermoleculen; samen 4 H en 2 O |
| H₂O | Per molecuul 2 H en 1 O |
| (s), (l), (g), (aq) | Vast, vloeibaar, gas, opgelost in water |
Atomen tellen aan beide kanten
Tel per element. Je maakt een vergelijking kloppend door coëfficiënten te veranderen; als je indices verandert, maak je een andere stof.
Werk het stap voor stap uit
Controleer 2 H₂ + O₂ → 2 H₂O.
- Links: 2 × 2 = 4 H-atomen en 2 O-atomen.
- Rechts: 2 × 2 = 4 H-atomen en 2 × 1 = 2 O-atomen.
- De aantallen per element zijn gelijk.
De vergelijking is kloppend; de verhouding is 2 : 1 : 2.
Een molverhouding is geen massaverhouding
De coëfficiënten geven aantalsverhoudingen en molverhoudingen. Voor massa moet je ook molaire massa’s gebruiken. Twee mol waterstof en één mol zuurstof betekenen dus geen verhouding van 2 gram tot 1 gram.
Bij een omkeerbare reactie kan een dubbele pijl worden gebruikt. Dan moet je de richting in de opgave volgen om over begin- en eindstoffen te spreken.
Test jezelf
Vraag 1 van 3