← Overzicht VWOStap 1 van 3

Ondermaat en overmaat uitgelegd

Syllabus VWO: Grootheden en relaties

Je vergelijkt hoeveelheden met de reactieverhouding en berekent product en overmaat.

Vergelijk eerlijke hoeveelheden

Voor N₂ + 3 H₂ → 2 NH₃ is drie keer zoveel H₂ als N₂ nodig, gemeten in mol. Deel de beschikbare mol van elke beginstof door de eigen coëfficiënt. De kleinste uitkomst bepaalt hoeveel reactierondes mogelijk zijn.

Gebruik alleen wat reageert

Vermenigvuldig de reactieruimte met elke coëfficiënt. Trek de gebruikte hoeveelheid van de beschikbare hoeveelheid af. We nemen hier volledige omzetting van de beperkende stof aan; een evenwicht wordt niet gemodelleerd.

Uitgewerkt voorbeeld

Er is 1,00 mol N₂ en 2,40 mol H₂ beschikbaar.

  1. Vergelijk 1,00 / 1 = 1,00 met 2,40 / 3 = 0,800.
  2. H₂ begrenst de reactie. Er ontstaat 2 × 0,800 = 1,60 mol NH₃.

Er blijft 1,00 − 0,800 = 0,20 mol N₂ over.