← Zuren, basen en pH

Uitleg, voorbeelden en zelf oefenen

Zuren en basen: protonoverdracht, sterkte en concentratie

Volgens Brønsted kan een zuur een proton afstaan en een base een proton opnemen. In water beïnvloeden deze reacties de verhouding tussen H₃O⁺ en OH⁻. “Sterk zuur” en “geconcentreerde oplossing” betekenen verschillende dingen.

Volg het proton in de vergelijking

In HCl + H₂O → H₃O⁺ + Cl⁻ staat HCl een proton af en neemt water het op. HCl is hier het zuur en water de base. De rol van water hangt af van de reactie: het kan ook als zuur optreden.

Een base hoeft geen OH in zijn formule te hebben. NH₃ kan bijvoorbeeld een proton opnemen en NH₄⁺ worden.

Sterkte en concentratie uit elkaar houden

Sterkte gaat over de neiging tot protonoverdracht in een bepaalde omgeving. Concentratie is de hoeveelheid opgeloste stof per volume. Een sterk zuur kan zeer verdund zijn, en een zwak zuur kan in een hoge concentratie aanwezig zijn.

BegripVraag die je stelt
ZuursterkteHoe ver verloopt protonoverdracht?
ConcentratieHoeveel stof zit er per liter?
pHWat is de zuurgraad van deze oplossing?

Ammoniak herkennen als base

Geef aan welk deeltje een H erbij krijgt en welk deeltje er een afstaat. Zo hoef je de rol niet alleen uit een naam te onthouden.

Werk het stap voor stap uit

NH₃ + H₂O ⇌ NH₄⁺ + OH⁻. Welke stof is de base?

  1. NH₃ krijgt een proton en wordt NH₄⁺.
  2. Een protonopnemer is een base.
  3. H₂O staat hier een proton af en speelt de zuurrol.

NH₃ is de base in deze richting.

Test jezelf

Vraag 1 van 3

Een Brønsted-base kan…