Stap voor stap
- Vergelijk de pH eerst met 7.
- Bepaal of de oplossing zuur, neutraal of basisch is.
- Gebruik het verschil in pH om sterker of zwakker zuur/basisch te beschrijven.
De pH-schaal wordt gebruikt om te meten hoe zuur of basisch een stof is. De schaal loopt van 0 tot 14, waarbij elk getal een ander zuurte- of basisch niveau weergeeft.
De pH-schaal is in drie hoofdgroepen verdeeld:

De pH-schaal helpt ons te begrijpen hoe stoffen zich gedragen en met elkaar reageren. Enkele voorbeelden:
pH kan gemeten worden met indicatoren, pH-papier of digitale meters:
Extra uitleg
De pH-schaal helpt om oplossingen te vergelijken. Lage pH betekent zuur, pH 7 is ongeveer neutraal en hoge pH betekent basisch.
Een oplossing met pH 2 is zuur. Een oplossing met pH 12 is basisch. Water zit meestal rond pH 7.