Stap voor stap
- Plaats de waarde eerst onder 7, gelijk aan 7 of boven 7.
- Benoem zuur, neutraal of basisch.
- Kijk daarna pas naar hoe sterk zuur of basisch de oplossing is.
Deze toets controleert je begrip van de pH-schaal: wat de waarden betekenen, hoe pH gemeten wordt en voorbeelden van zure, neutrale en basische stoffen.
Beantwoord alle vragen correct om te slagen. Haal je het niet? Bekijk de uitleg bij de fouten en probeer het opnieuw.
Deze pagina helpt je de pH-schaal echt begrijpen. Je oefent met de betekenis van pH, het meten van pH en het onderscheid tussen zuur, neutraal en base.
De vragen laten je pH waarden koppelen aan voorbeelden uit het dagelijks leven. Je leert wanneer een oplossing zuur, neutraal of basisch is en welk meetmiddel daarbij past.
De pH-schaal komt terug in gezondheid, milieu, voedsel en chemische reacties. Als je pH goed begrijpt, wordt de rest van het hoofdstuk veel logischer.
Extra uitleg
De pH-schaal is geen gewone telrij. Een verschil van 1 pH-eenheid betekent een groot verschil in zuurgraad.
Een oplossing met pH 3 is zuurder dan een oplossing met pH 5. Een oplossing met pH 10 is basisch.