Stap voor stap
- Bepaal eerst welke indicator wordt gebruikt.
- Zoek welke kleur bij zuur en welke kleur bij basisch hoort.
- Gebruik de kleur als aanwijzing voor een pH-gebied, niet als exact getal.
Zuur-base-indicatoren zijn stoffen die van kleur veranderen afhankelijk van de pH van een oplossing. Ze maken zichtbaar of een oplossing zuur, basisch of neutraal is en worden veel gebruikt in onderwijs en laboratoria.
Indicatoren zijn kleurstoffen die reageren met waterstofionen of hydroxide-ionen. Door deze reactie verandert hun structuur en daarmee hun kleur. Bekende voorbeelden zijn lakmoes, fenolftaleïne en methyloranje.
Elke indicator heeft een specifiek pH-bereik waarin de kleur omslaat. Dit betekent dat indicatoren vooral geschikt zijn om een pH-gebied te bepalen en geen exacte waarde.

Indicatoren worden gebruikt bij titraties in laboratoria, in het onderwijs om pH zichtbaar te maken en in de industrie bij kwaliteitscontrole.
Indicatoren geven geen exacte pH-waarde en zijn minder betrouwbaar in sterk gekleurde of troebele oplossingen. Daarom worden ze vaak gecombineerd met pH-meters.
Extra uitleg
Een zuur-base-indicator geeft met een kleurgebied aan of een oplossing zuur, neutraal of basisch is. De kleur moet je altijd koppelen aan het juiste omslagtraject.
Lakmoes wordt rood in een zure oplossing en blauw in een basische oplossing. Universeelindicator geeft juist een breder kleurverloop.