← Atomen

Uitleg, voorbeelden en zelf oefenen

Protonen bepalen het element: atoomnummer en identiteit

Het aantal protonen bepaalt welk chemisch element een deeltje is. Ieder koolstofatoom heeft 6 protonen, ook als het een ander isotoop is of een ion wordt. Neutronen en elektronen kunnen veranderen zonder dat het element verandert.

Het atoomnummer is een vaste elementcode

In het periodiek systeem staan elementen op volgorde van hun atoomnummer Z. Z telt protonen, niet alle deeltjes in het atoom. Zo betekent Z = 8 altijd zuurstof.

Een verandering van het aantal protonen levert een ander element op. Dat is een verandering van de kern en gebeurt niet bij gewone ionvorming.

Wat verandert bij een isotoop of ion?

Gebruik drie afzonderlijke vragen: welk element, welk isotoop en welke lading? Ze gaan over verschillende aantallen en mogen niet door elkaar lopen.

VeranderingWat verandert?Zelfde element?
Ander isotoopAantal neutronenJa
IonvormingAantal elektronenJa
Ander aantal protonenAtoomnummerNee

Een geladen deeltje herkennen

De lading geeft geen nieuw elementsymbool. Een positief zuurstofion is nog steeds zuurstof, omdat zijn kern 8 protonen bevat.

Werk het stap voor stap uit

Een deeltje heeft 8 protonen, 10 neutronen en 10 elektronen. Welk element is het?

  1. Zoek het element met Z = 8: zuurstof.
  2. Het massagetal is 8 + 10 = 18.
  3. De lading is 8 − 10 = −2.

Het is een zuurstof-18-ion met lading 2−.

Test jezelf

Vraag 1 van 3

Twee deeltjes hebben allebei 6 protonen, maar verschillende neutronenaantallen. Ze zijn…